Duurzaam en circulair ondernemen begint met anders kijken: Wil Bastiaens van Sevagram

Duurzaam en circulair ondernemen begint met anders kijken: Wil Bastiaens van Sevagram

Duurzaam en circulair ondernemen begint met anders kijken: in gesprek met Wil Bastiaens van Sevagram

“Je kunt duurzaamheid niet alleen organiseren vanaf kantoor. De beste ideeën komen vaak van de mensen die dagelijks op locatie met de materialen en processen werken.”

Wie denkt aan verduurzaming, denkt al snel aan zonnepanelen, warmtepompen en energie besparen. Maar duurzaam en circulair ondernemen gaat veel verder. Het gaat ook over gebouwen, materialen, voedsel, afval, mobiliteit, inkoop en vooral over de manier waarop mensen naar hun dagelijkse werk kijken.

In de zorg komt dat allemaal samen. Het vastgoed vormt een belangrijke schakel, maar uiteindelijk raakt duurzaamheid iedere medewerker en ieder proces. De zorgsector heeft een aanzienlijke impact op het milieu. Als grote zorgorganisatie hebben we de verantwoordelijkheid én de mogelijkheid om die impact te verkleinen. Bovendien dragen een gezonde leefomgeving en bewust omgaan met grondstoffen bij aan toekomstbestendige zorg. 

Van energie besparen naar toekomstbestendig vastgoed

Will Bastiaens, Teammanager Vastgoed bij Sevagram, vertelt hier over. Sevagram is een zorginstelling voor ouderen, met 22 locaties in Heerlen, Maastricht en Heuvelland.  Kwaliteit van leven en aandacht voor de mens staan centraal. Duurzaamheid is voor hen een belangrijk onderdeel van toekomstbestendige ouderenzorg. 

Een goed voorbeeld is een van de nieuwste locaties. Daar wordt gebruikgemaakt van het warme water in de voormalige mijngangen (warmte/koudenet Mijnwater). Het mijnwater vormt een warmtebron voor het gebouw. In de winter wordt de warmte opgepompt en gebruikt voor de vloerverwarming van het gebouw en opwarmen van het warme tapwater. In de zomer kan het koudere water juist worden ingezet voor vloerkoeling. De technische installatie is relatief compact: met pompen en leidingen wordt de warmte en koude over het gebouw verdeeld. In combinatie met zonnepanelen zorgt dat voor een zeer energiezuinig gebouw.

“Je ziet daar heel duidelijk wat er mogelijk is als je duurzaamheid al aan de voorkant meeneemt.” Bij nieuwbouw kijken we daarom vanaf het begin naar hoe duurzaam een gebouw kan worden. Welke materialen gebruiken we? Welke installaties zijn nodig? “En hoe zorgen we ervoor dat het gebouw ook op de lange termijn duurzaam blijft en de onderhoudskosten betaalbaar en beheersbaar blijven?”

Dat is volgens Wil een belangrijk verschil met oudere gebouwen. Veel bestaande locaties zijn tientallen jaren geleden gebouwd, in een tijd waarin energiezuinigheid nauwelijks een rol speelde. Die gebouwen verduurzamen is ingewikkelder. Je kunt isoleren en installaties vervangen, maar je loopt ook tegen bestaande radiatoren, monumentale gebouwen en de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet aan.

Niet alles hoeft nieuw

Duurzaamheid zit echter niet alleen in nieuwe gebouwen. Juist bij bestaande gebouwen is het belangrijk om eerst te kijken wat er al is en hoe je dat opnieuw kunt gebruiken.

Een mooi voorbeeld is de Plataan, tegenwoordig het hoofdkantoor in Heerlen, maar vroeger de grote keuken waar de maaltijden voor alle locaties bereid werden. De keuken raakte overbodig omdat we overstappen op het gasterie-concept; koken op locatie. In plaats van de ruimte met keuken volledig te slopen, is deze omgebouwd tot een flexibel kantoor met werkplekken voor medewerkers. Een ander oud kantoor is duurzaam gesloopt en heeft plaatsgemaakt voor een groen landschap.

“Je moet jezelf steeds de vraag stellen: wat heb je echt nodig? En wat kun je op een andere plek of op een andere manier gebruiken?” Dat is eigenlijk de kern van circulair denken: niet automatisch iets nieuws kopen of bouwen, maar eerst kijken wat er al is.

Van afval voorkomen, naar verspilling voorkomen

Die gedachte geldt ook voor materialen en producten. Want: de meest duurzame afvalstroom is uiteindelijk de afvalstroom die je voorkomt. Daarom wordt bijvoorbeeld kritisch gekeken naar voedselverspilling. Hoeveel eten heeft een bewoner daadwerkelijk nodig? Wat vindt iemand lekker? En hoe kun je de porties daarop afstemmen?

Door dat proces goed te organiseren, kan worden voorkomen dat grote hoeveelheden voedsel op het bord achterblijven. Medewerkers op de afdelingen spelen daar een belangrijke rol in, omdat zij de bewoners kennen en weten wat iemand wel en niet eet. Door verspilling meetbaar te maken, wordt bovendien zichtbaar of maatregelen daadwerkelijk effect hebben.

Hetzelfde principe geldt voor medicijnen en voorraadbeheer: koop niet meer dan nodig is en kijk wat ongebruikt kan worden teruggenomen of opnieuw kan worden ingezet.

Kleine veranderingen maken samen een groot verschil

Soms zijn het juist de kleine dingen die veel opleveren. Zo waren er op locaties papieren placemats die meerdere keren per dag werden weggegooid. Een medewerker zag dat gebeuren en vroeg zich af waarom dat eigenlijk nodig was. De placemats zijn inmiddels geschrapt. Ook bepaalde kartonnen verpakkingen die dagelijks in grote aantallen werden gebruikt, zijn verdwenen. Dat lijkt misschien een klein detail, maar op jaarbasis scheelt het een enorme hoeveelheid afval. “Dat zijn misschien simpele voorbeelden, maar je merkt dat mensen op locatie steeds meer gaan nadenken: kan dit anders? En dat is precies wat je nodig hebt.” 

Medewerkers als motor van verduurzaming

Daarom zijn medewerkers misschien wel de belangrijkste schakel in het verduurzamingsproces. Binnen de organisatie zijn zogenaamde Green Teams actief. Deze medewerkers fungeren als ambassadeurs op hun locatie. Zij bespreken duurzaamheid tijdens werkoverleggen, signaleren kansen en brengen ideeën uit de praktijk naar voren.

“Het mooiste is als medewerkers niet wachten totdat wij vanuit de organisatie vertellen wat er moet gebeuren, maar zelf naar ons toe komen met een idee. Zij zien dagelijks wat er gebeurt en weten dus ook waar kansen liggen.”

Een eenvoudig voorbeeld is verlichting. Met sensoren kan ervoor worden gezorgd dat lampen alleen branden wanneer dat nodig is. Maar het begint met iemand die zich afvraagt waarom een lamp eigenlijk altijd aanstaat. Hetzelfde geldt voor openstaande deuren, verwarming, koeling en allerlei andere dagelijkse handelingen. Duurzaamheid wordt daarmee geen project vanuit kantoor geregisseerd, maar onderdeel van het dagelijkse werk op de locaties.

Circulariteit vraagt ook om anders inkopen

Ook bij de inkoop wordt steeds meer gekeken naar de hele keten. Niet alleen de prijs van een product is bepalend, maar het totale plaatje. Hoeveel afval ontstaat er? Hoe vaak moet iets worden vervangen? Kan het product worden hergebruikt? En heeft een leverancier een duurzamer alternatief? 

Hergebruik krijgt een tweede leven

Circulariteit betekent bovendien dat materialen en hulpmiddelen zo lang mogelijk in gebruik blijven. Binnen de organisatie worden bijvoorbeeld hulpmiddelen zoals rolstoelen en rollators die niet meer nodig zijn verzameld, gecontroleerd, centraal opgeslagen en waar mogelijk opnieuw gebruikt. Sommige spullen krijgen zelfs een tweede leven buiten de eigen organisatie.

Ook bedden worden niet zomaar afgeschreven. Ze worden teruggenomen door de leverancier, gereinigd, eventueel gerepareerd en opnieuw ingezet voor een volgende cliënt. Zo ontstaat een continue kringloop waarin een product meerdere levens krijgt.

Hetzelfde principe geldt voor gebouwen. Als een locatie leegkomt, wordt eerst gekeken of een andere organisatie er gebruik van kan maken. Zo kunnen bestaande panden een nieuwe functie krijgen zonder dat er direct iets nieuws hoeft te worden gebouwd.

“Dat is ook duurzaamheid: niet alleen kijken naar je eigen organisatie, maar elkaar opzoeken en kijken wat je voor elkaar kunt betekenen.” Dat doen onze centrale diensten regelmatig binnen hun eigen netwerken

Samenwerken versnelt de transitie

Duurzaam ondernemen kun je volgens Will dan ook niet alleen. Leveranciers, adviseurs, andere zorgorganisaties en gemeenten hebben allemaal een rol. Door kennis te delen en elkaar op te zoeken, hoef je niet allemaal zelf het wiel uit te vinden. 

“Het is makkelijk om iets te halen. Maar je moet ook iets brengen, zodat beide kanten er voordeel van hebben.” 

De grootste uitdaging? Anders leren kijken

De techniek ontwikkelt zich snel. Waar verduurzaming vroeger vooral betekende: betere isolatie, een HR-ketel en ledverlichting, gaat het inmiddels over warmtepompen, warmtebronnen, batterijen, circulaire materialen, energieopslag en slimme systemen.

Maar de grootste verandering zit misschien wel in het gedrag.

Niet iedereen is opgegroeid met duurzaamheid. De bewoners en onze medewerkers kunnen daardoor anders tegen warmte, koeling of energiegebruik aankijken. Zeker in de zorg is dat soms zoeken naar de juiste balans. Want uiteindelijk staat één ding voorop: de kwaliteit van zorg en het welzijn van bewoners. 

Duurzaamheid mag daar niet ten koste van gaan. Maar dat betekent niet dat duurzaamheid ondergeschikt is. Juist door slimme keuzes te maken, verspilling te voorkomen en medewerkers erbij te betrekken, kunnen beide doelen samenkomen.

“Begin gewoon ergens!”

Wat is dan het belangrijkste advies voor andere organisaties die met duurzaam en circulair ondernemen aan de slag willen? Niet wachten tot alles perfect kan. Kijk naar wat je vandaag al kunt veranderen. Voorkom verspilling. Kijk kritisch naar wat je werkelijk nodig hebt. Hergebruik wat er al is. Betrek medewerkers. Ga het gesprek aan met leveranciers. En maak resultaten meetbaar. Want uiteindelijk bestaat een grote verduurzamingsopgave uit heel veel kleine keuzes.

Top 5 besparingstips

  1. Voorkom verspilling: kijk kritisch naar wat je werkelijk nodig hebt voordat je iets bestelt of gebruikt;
  2. Bespaar energie: voorkom onnodig verwarmen, verlichten en ventileren
  3. Verminder voedselverspilling: stem hoeveelheden beter af op de daadwerkelijke behoefte;
  4. Kies voor hergebruik: vermijd onnodige wegwerpproducten en onderzoek duurzame alternatieven
  5. Betrek medewerkers en vrijwilligers: de beste besparingsideeën komen vaak van de mensen die dagelijks met de materialen en binnen onze gebouwen werken.